zurück Encyclopediën over August von Kotzebue vorwärts
KOTZEBUE, August von (Weimar 1761 - Mannheim 1819), Duits toneelschrijver en theaterdirecteur. Hij debuteerde als toneelacteur aan het hoftheater van Weimar en later als toneelschrijver tijdens zijn verblijf in Jena. Zijn eerste blijspel, vol toespelingen op de hofschandalen, noopte hem naar Rusland uit te wijken. In Petersburg verwierf hij reeds na korte tijd een hoge positie: hij werd gouverneur van Estland en tevens ging hij door met het schrijven van toneelstukken, die een overweldigend succes hadden. Toen hij in 1797 naar Duitsland terugkeerde, werd hij secretaris van het Wiener Hoftheater. Na een nieuw verblijf in Weimar keerde hij naar Rusland terug, waar hij werd gevangengenomen. Spoedig werd hij gerehabiliteerd en Paul I benoemde hem tot directeur van het keizerlijk Duits theater te Petersburg. Bij zijn terugkeer in Weimar (1801) ontmoette von Kotzebue oppositie en verzet, zowel van de zijde van Goethe als van de dichters der romantiek. Zijn daarna volgend verblijf te Berlijn — waar het door Iffland ingevoerde burgerlijke drama in de mode was — werd de meest creatieve periode van zijn leven. In 1816 benoemde de Russische regering hem tot consul van Rusland in Königsberg. Hier werd hij verdacht van politieke spionage ten voordele van de tsaar en gericht tegen de vooruitstrevende Duitse jongeren; deze laatsten verbrandden openbaar Kotzebues geschriften en in 1818 werd hij door de revolutionaire student K.L. Sand vermoord. Zijn dood wekte de reactie op van de Europese soevereinen en accentueerde het reactionaire karakter van de poiitiek van de Heilige AIIiantie.

Von Kotzebue schreef behalve romans, novellen, gedichten, historische werken, reismemoires en periodieke publikaties, ook meer dan 200 toneelstukken: romantische treurspelen, ridderdrama’s sociale, burgerlijke en historische drama’s, filosofische, politieke en satirische blijspelen, aismede kluchten. Steeds mikkend op onmiddellijk succes heeft Kotzebue zich bediend van zijn talent om de smaak van het publiek te bevredigen. Al is de kritiek het ook eens in een strenge afwijzing van Kotzebues werk, toch moet worden gewezen op de uitmuntende kwaliteiten van enkele levendige blijspelen en op het historische en literaire getuigenis van zijn bewogen leven.
  Kotzebue, August Friedrich Ferdinand (sinds 1781) von (1761-1819) Duits schrijver. Vestigde zich 1780 als advocaat le Weimar, maakte carriére in Rusland, waar hij hoge ambten bekleedde en theaterdirecteur te Sint-Petersburg werd. Schreef ca. 200 deels sentimentele, deels frivole toneelstukken, die van grote kennis van het theater getuigen. Voor twee ervan schreef Beethoven toneelmuziek, nl. ‘Die Ruinen von Athen’ en ‘König Stephan’. Omdat hij de spot dreef met de levensbescbouwing van de jeugd, werd hij door de student K.L. Sand doodgestoken.


Kotzebue, AUGUST VON (1761-1819), geb. te Weimar, waar hij, na lange tijd in Rusland gewoond te hebben, in 1801 terugkeerde. Hij heeft meer dan 200 waardeloze of hoogstens middelmatige tragediën en komediën geschreven. Zijn blijspelen, vnl. zijn Kleinstädter, zijn nog het best gelukt. Het enige doel van zijn veelschrijverij was ogenblikkelijk succes. Zijn onbeduidende vruchtbaarheid was evenwel niet zijn grootste fout. Erger was zijn karakterloosheid die hem deed trachten Goethe en Schiller door een intrige van elkaar te vervreemden en die hem er toe bracht, zijn vaderland te beschimpen. Dit laatste bracht hem de dood. In verontwaardiging doorstak hem de student Sand 23 maart 1819 in Mannheim. Het kleine lied ‘Es kan ja nicht immer so bleiben. Hier unter dem wechselnden Mond’ is het enige, wat van Kotzebue’s geschrijf algemeen gebleven is. Toch heeft hij in zijn tijd vooral met zijn talrijke handig geschreven komedies lang het Duitse toneel beheerst en de smaak van het publiek bedorven.

Een volledige uitgave van zijn werken verscheen in 1840-41 in 40 delen. Lit.: Rabany, Kotzebue, sa vie et son temps, ses oeuvres dramatiques.

Kotzebuesont, bocht van de N.-IJszee, aan de W.kust van Alaska, in 1816 door de Russ. poolreiziger Kotzebue ontdekt.
  Kotzebue, August von (1761—1819), geb. te Weimar, waar hij na langen tijd in Rusland gewoond te hebben, in 1801 terugkeerde. Hij heeft meer dan 200 waardelooze of hoogstens middelmatige tragediën en comediën geschreven. Zijn blijspelen, v.n. zijn „Kleinstädter”, zijn nog het best gelukt. Het eenige doel van zijn veelschrijverij was oogenblikkelijk succes. Zijn onbeduidende vruchtbaarheid was evenwel niet zijn grootste fout. Erger was zijn karakterloosheid, die hem deed trachten Goethe en Schiller door een intrigue van elkaar te vervreemden, en die hem er toe bracht zijn vaderland te beschimpen. Dit laatste bracht hem den dood. In verontwaardiging doorstak hem de student Sand 23 Maart 1819 in Mannheim. Het kleine lied „Es kann ja nicht immer so bleiben Hier unter dem wechselnden Mond” is het eenige, wat van K.'s geschrijf algemeen bekend gebleven is.

Kotzebuesont, bocht van de N. IJszee, aan de W. kust van AIaska, in 1816 door den Russischen poolreiziger Kotzebue ontdekt.
  Kotzebue, (August Friedrich Ferdinand (von) Dui. lit., * 1761; schr.: „Der hyperborische Esel”; „Erinnerungen aus Paris”; werd Ru. staatsraad te Weimar, bestreed de revolutionnaire beginselen met zooveel kracht, dat een jeugdig heethoofd, Georg Sand, hem met een dolk vermoordde; maakte critische geschriften, tooneelstukken, o. a.: „Menschenhasse und Reue”.

K., (Otto von) Ru. zeevaarder, zoon des vorigen, 1787-1846; schr.: „Reizen en ontdekkingen in de Zuidzee.”.

K., (Paul graaf von) Ru. gen., broeder des vorigen, 1801-84; maakte den Krim-oorlog mede, was gv. van Bessarabië en Po.

Kotzebuesond, baai aan de W.-kust van Alaska.


Kotzebue (August Friedrich Ferdinand), Duitsch tooneelschrijver, geb. 1761 te Weimar, studeerde i. d. rechten te Jena en Duisburg (1777—’79) werd 1780 advocaat te Weimar, 1781 theaterdirecteur te Petersburg, was 1785—’96 gouvernementspresident in Esthland, 1797—’99 theaterdichter in Weenen en woonde sindsdien in Weimar. Sedert 1800 was hij beurtelings in Rusland en Berlijn, sedert 1817 geregeld in Duitschland als spion van het Russische absolutisme. Als zoodanig werd hij in 1819 door den revolutionnairen student Sand te Mannheim vermoord. Geen wonder, dat deze veelbereisde man een goed menschenkenner werd, geen wonder ook, bij zulk een loopbaan, de sceptisch-intellectualistische overtuigingloosheid, die de kracht en de zwakte tegelijk van den dramaticus werd, die, een veel grooter artist dan Iffland juist daardoor nooit ware tragiek bereikt. In zijn ernstige tooneelspelen wordt altijd het conflict zoolang verbogen tot een roerende oplossing mogelijk is: zoo in het echtbreukdrama Menschenhass und Reue (1787); in het Rousseauistische Indianer in England (1789), het sociale Das Kind der Liebe (1790) of Armut und Edelsinn (l794). Ook voor het groote historische drama is K.’s aanleg niet gelukkig: Octavia, Gustav Wasa, Bayard (alle 1800) bewijzen het. Daarentegen was het blijspel en vooral de klucht en de satire zijn eigenlijk terrein: Die beiden Klingsberg (1799); Die deutschen Kleinstädter (1802), Der Rehbock (1813); Pagenstreiche (1804); Der hyperboreische Esel (1799 tegen de romantische dichters); Hans Max Giesbrecht von der Humpenburg (1815 tegen de Burschenschaften). Vele drama’s zijn uitgegeven bij Reclam; vgl. Ch. Rabany, Kotzebue, sa vie et son temps, ses oeuvres dramatiques. Paris 1903.